Op uitnodiging van de gemeente Den Haag is van 6 mei t/m 5 juni in het Atrium Den Haag een wandkleed van 35 x 2,5 meter te zien dat symbool staat voor het slavernijverleden in Nederland. Nederland maakte in december 2022 en op 1 juli jl. officieel excuses voor het slavernijverleden. In het hele koninkrijk werd van 1 juli 2023 tot 1 juli 2024 extra aandacht besteed aan het thema Nederlands slavernijverleden. Tijdens het herdenkingsjaar werd stilgestaan bij dit zeer pijnlijke, belangrijke en tot voor kort onderbelichte onderdeel van onze gedeelde geschiedenis. In het kader hiervan heeft Ricardo Burgzorg van Stichting Villa Maecenatis het plan ontwikkeld om in de periode 2024 ‐ 2026 in elf provincies een monumentaal, door een kunstenaar of vormgever ontworpen en door inwoners vervaardigd wandkleed te realiseren. Ieder wandkleed verbeeldt de specifieke provinciale geschiedenis in relatie tot het slavernijverleden.

Wandkleed Zuid-Holland
Vanaf februari 2025 is in werkplaatsen door heel Zuid-Holland samengewerkt aan een bijzonder op glas in lood geïnspireerd monumentaal wandkleed van 35 x 2,5 meter, naar ontwerp van Marcos Kueh. Inwoners van de provincie Zuid-Holland waren uitgenodigd om deel te nemen aan het vervaardigen van dit wandkleed. De maaklocaties waren in Delft, Den Haag, Leiden, Rotterdam en Dordrecht.

Slavernijverleden Zuid-Holland
Dat Zuid-Holland een grote rol heeft gespeeld in het slavernij is geen vraag, maar een gegeven. De provincie speelde op vele manieren en niveaus een belangrijke rol in het koloniseren van landen in het Atlantische gebied en de handel in slaven. Sterker nog, het gewest Holland had zelfs een Europese sleutelpositie als het gaat om deze handel en die van goederen die op de plantages in de kolonies werden verbouwd. Ook politiek gezien speelden de Staten van Holland een belangrijke rol in zowel de Nederlanden als daarbuiten. Vertegenwoordigers van Holland waren bijvoorbeeld de grootste zaakbepleiters voor financiële ondersteuning van de militaire acties die gericht waren tegen de slavenopstanden. Ze gingen heel ver in het verdedigen van de plantagekoloniën. Op onderwijsinstituten in Leiden en Delft werden decennia lang koloniebestuurders opgeleid.

Stedelijke bestuurders van de provincie waren betrokken bij de oprichting van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) en de West-Indische Compagnie (WIC). Via Delft werd er vanuit Den Haag veel geld geïnvesteerd in de WIC. Ook andere steden hadden op allerlei manieren connecties met de koloniën. Soms door handel en de oprichting van plantages, maar ook door de verwerking van koloniale goederen, zoals de Dordtse suikerindustrie of de lakenindustrie in Leiden. De koloniale handel verhoogde de status en welvaart van elitaire stedelingen die met de winsten van de plantages grote buitenhuizen en tuinen aanlegden en hun geld belegden in diverse verzamelingen. Provinciale musea zijn veelal schatplichtig hieraan en hebben de afgelopen jaren ook onderzoek gedaan naar hun ontstaansgeschiedenis en de herkomst van voorwerpen in het licht van het slavernijverleden.

Na de afschaffing van de slavernij in 1863 ontvingen eigenaren van slaven financiële tegemoetkomingen. Bovendien werd de slavernij in Suriname gevolgd door het organiseren van de massale migratie en dwangarbeid van contractmigranten vanuit Azië. Dit ging gepaard met raciale vooroordelen en een economisch belang dat groter was dan het menselijke welzijn.

GRAZIA SG MARCOS KUEH_cc_Jaya Khidir FEATURE

Ontwerp Marcos Kueh
Marcos Kueh (Sarawak, 1995) is een textielkunstenaar met een achtergrond in grafisch ontwerp en reclame. Zijn praktijk draait voornamelijk om het gebruik van textiel als middel om alledaagse verhalen die hij betekenisvol vindt in beeld te brengen – net zoals de voorouders van Borneo dat deden met hun dromen en legendes, voor de komst van geschreven alfabetten uit het Westen. In veel van zijn artistieke onderzoeksprojecten verkent hij het spektakel van hoe zijn land wordt waargenomen – van koloniale beschrijvingen in antropologische musea over de hele wereld, tot marketingteksten in advertenties voor toerisme, versus zijn eigen ervaringen als mens uit een klein stadje op Borneo. Deze perspectieven vormen het fundamentele wereldbeeld van hoe hij deelneemt en bijdraagt aan discussies.

Marcos Kueh liet zich voor het ontwerp van het wandkleed van Zuid-Holland qua beeldtaal inspireren door de glas-in-loodramen in kerken. Het christendom is namelijk bij uitstek de religie die nauw verbonden is met de westerse koloniale expansie.

Het verhaal van dit wandkleed begint aan de zijkanten met het slavernijverleden en eindigt in het midden met hoop en dromen voor de toekomst. Helemaal links is de afbeelding Hulde aan de Koloniën te zien, zoals die ook te vinden is op de Gouden Koets. Hier worden de ideologieën van het verleden zichtbaar die onrecht en ongelijkheid brachten in zowel de Caribische gebieden als Nederlands-Indië. Daarnaast zijn de Universiteit van Leiden en het Mauritshuis afgebeeld. Deze instellingen symboliseren de veranderende kennis en inzichten over het slavernijverleden. De afgebeelde Afrikaanse tot slaaf gemaakten aan de linkerkant van het wandkleed staan voor het misbruik van menselijke arbeid in het koloniale tijdperk.

Aan de rechterkant van het wandkleed zijn tot slaaf gemaakten uit Zuidoost-Azië afgebeeld. Zij dragen goederen naar een Nederlands schip, zoals die gebruikt werden door de Vereenigde Oostindische Compagnie en West-Indische Compagnie (voluit de Geoctroyeerde West-Indische Compagnie) voor de exploitatie van de koloniën. Daarnaast zijn het Oost-Indische Huis in Delft en de VOC-haven in Rotterdam te zien, gebouwen die symbool staan voor de vaak oneerlijk verkregen rijkdom die aan de basis ligt van de historische, gewelddadig verkregen welvaart van Nederland.

Beide groepen tot slaaf gemaakten bewegen zich richting het centrum van het wandkleed. Ze worden omlijst door de symbolen van Keti Koti, de dag waarop in Suriname de afschaffing van de slavernij in 1863 wordt herdacht. Het midden van het wandkleed vormt een parodie op de afbeelding aan de andere kant van de Gouden Koets. In plaats van Vrouwe Holland in het centrum zijn hier twee tot slaaf gemaakten afgebeeld die elkaar in een gebaar van gelijkheid de hand schudden. Daaromheen zijn de nazaten van tot slaaf gemaakten te zien, die genieten van vrije tijd in plaats van te dienen of te lijden onder ongelijkheid.

Boven- en onderaan het wandkleed staat een citaat uit The Wretched of the Earth van de Frans-Martinikaanse psychiater en filosoof Frantz Fanon (1925-1961), een van de eersten die publiceerde over de psychische gevolgen van het kolonialisme voor zowel daders als slachtoffers. Het citaat is een aanklacht tegen de Europese welvaart, die werd verkregen ‘over de ruggen van tot slaaf gemaakten’.

Mede mogelijk gemaakt door
Fonds 1818, Fonds 21, Fonds voor Cultuurparticipatie, gemeente Den Haag, Gemeente Delft, Het Cultuurfonds, VSBfonds, VriendenLoterij Fonds.

Het project Draden van ons Nederlandse slavernijverleden wordt georganiseerd door Stichting Villa Maecenatis en is een initiatief van Ricardo Burgzorg.

Voor meer informatie, ga naar villa-maecenatis.nl